maandag 13 juli 2026

Montenegro--Bosnië--Slovenië juni-juli 2026

Na lang beraad beslissen we om naar het onbekende Montenegro te reizen .We proberen os zo goed mogelijk te informeren , kopen enkele boeken en een landkaart , en zijn klaar om het avontuur aan te gaan .Zal onze auto het uithouden , hoe is de rijstijl in dit Balkanland , zullen we plaatsen vinden om te overnachten….. We reizen naar Montenegro in drie dag etappes .Eerste halte is een parkeerplaats in Dornstadt , in de omgeving van Ulm , tweede slaapplaats is in Bistra in Slovenië , dicht bij een restaurant .Hier betalen we 15 euro , die prijs valt weg als je eet in het restaurant , derde slaapplaats is in Slano in Kroatië , met mooi uitzicht op de zee . Na een goede nachtrust vertrekken we vroeg richting Montenegro .Geen enkel probleem aan de grensovergang .In een benzinestation kopen we een simkaart voor 1 maand , 20 euro .Later zouden we dezelfde kaart ook kunnen gebruiken in de andere omliggende Balkan landen . Ons plan is om Kotor te bezoeken , en daar ergens een slaapplaats te zoeken .Ons plan valt al snel in duigen , Kotor is overvol met toeristen , er is haast geen doorkomen aan in de nauwe straatjes . Zelfs geen enkel plaatsje om de auto te parkeren .Na een tijdje zijn we het kotsbeu , en trekken naar Lovćen National park .Ingang is 3 euro per persoon .Gps stuurt ons langs een onooglijk smal , steil straatje , waar we amper op konden met de camper .Maar het lukte en we rijden tot aan het mausoleum van Njegoś gelegen op de berg Jezerski Vrh (2694 m ) .We betalen 8 euro p/p . Het mausoleum is een megalomaan groot rond bouwwerk boven op de berg .In een crypte is de graftombe van de geleerde te zien , en boven , heb je een 360 gr zicht over Montenegro . Het bouwwerk zegt mij niet veel , maar voor de Montenegrijnen is het een heiligdom . Aan de eigenaar van een souvenirstalletje vragen we of we mogen overnachten op zijn parking , weliswaar na sluitingstijd .Zonder problemen krijgen we een documentje met toestemming .Iets verderop is er een mooi uitkijkpunt over het gebergte , en we blijven daar om te eten , en te genieten .We zien er ook een vos . Als het begint te schemeren rijden we 200 meter hoger naar de parking , onze eerste overnachting in dit voor ons vreemde land . Na een heerlijke nacht dalen we iets af en willen wandeling doen die start in Cetinje , aan het restaurant Babina Glava De wandeling “Het wolvenpad “ is zeer goed aangeduid met rood-witte tekens in cocarde vorm Gestaag omhoog door een bos , met een uitbreiding naar een uitkijkpunt over de baai van Kotor Erna geniet van een Alpenweide vol vlinders in allerklei kleuren en grootte . We genieten met volle teugen . Na een middagmaal in het park bij het restaurant , willen we nog een wandeling doen , maar de tekens zijn niet te vinden voor ons . We besluiten dan maar een leesnamiddag te houden in de schaduw . Na 16.30 trekken we terug naar boven , richting mausoleum .We parkeren terug op het uitkijkpunt , en slapen opnieuw aan de kiosk , na toestemming van de eigenaar .Ik geef hem een Meuniertje . In de voormiddag bezoeken we Cetinje , de vroegere hoofdstad van Montenegro .Eerst bezoeken we huis van Huzej Kralja Nikole (8 euro per persoon ) We zien veel bling bling van de toenmalige adel . Verder bezoeken we nog een abdijkerk , waar we schouders en knieën moeten bedekken en waar er een mummie te bezien valt. Ons zegt het niet veel , maar de vele gelovigen zijn in extase . We zien ook verschillende oud ambassade gebouwen in een mooie laan .We kopen brood en fruit en reizen verder naar Rijeca Crnoje Viva waar we op camping “Autocamp Rijeka” gaan ( 20 euro/nacht ), elektriciteit en wifi inbegrepen .Hier boeken we ook een boottocht (50 euro p/p) en 5 euro p/p ingang nat.park Skadarsko Jezero .Het nat park is in het verlengde van het meer van Skroder , dat we kennen van onze Albanië reis van een aantal jaren terug . Mooie anderhalf uur durende vaartocht , weliswaar te hoge snelheid , en we zien 1 pelikaan , ralreigers , en dwergaalscholvers . Er werd ons aangeraden in Rijeka te gaan eten in restaurant Obod . We bestellen een kleine karper , 2 forellen , bord met groenten en 2 grote pinten , en betalen 46.5 euro . Wat wel opvalt in Montenegro : op restaurant moet je expliciet om groenten vragen , ( en bijbetalen ) . Eten was ok , maar daarmee was alles gezegd . De karper was te hard gegaard , niet helemaal ons ding. Volgend doel is het nationaal park Prokletije . We doen 8 uur over de ongeveer 200 km , langs mooie , smalle wegen .We doorkruisen het oninteressante Podgorica , de nieuwe hoofdstad .We houden een korte pauze aan het Moraca klooster , met zijn verzorgede tuin , we gaan echter niet binnen . Via Plav komen we in het nationaal park Prokletije , waar we een mooie plaats vinden om te overnachten , hoog in de bergen , met uitzicht op de hoge bergen . We betalen 3 euro p/p en 3 euro voor de camperovernachting op 2000 meter hoogte . Na het installeren doen we nog een kleine wandeling tot in het keteldal , we spotten er ook de kramsvogel . In de voormiddag willen we een wandeling doen ; route Voluśnica doen ( boek Montenegro blz 104 ). De wandeling staat geboekt als gemakkelijk .Na 2 van de 8 km steil omhoog geven we de pijp aan Maarten .Te lastig voor ons , ook gezien de steile afdaling die zal volgen . We zien een groep Vlamingen de wandeling verder doen , misschien konden we het ook wel aan , maar we nemen het zekere voor het onzekere . Terug aan de camper is het “chillen “ . Na deugddoende rust , gaan we naar de bronnen in Izvori . De Ali Pashi Izvori bronnen , genoemd naar Ali Pashi , een Pasja die in de 19de eeuw de bronnen zo fantastisch vond , dat hij er steeds terugkwam en er zijn naam aan gaf . Ieder jaar in augustus zijn er hier feesten die tot wel 15000 bezoekers lokken .We doen er een kleine wandeling en Erna kan een grote groene hagedis spotten . Na het bronnenbezoek doen we inkopen in Plav .Echt op zijn Balkans , dubbel geparkeerde auto,s , auto voor de toegangsweg ,complete chaos . Niemand maakt zich druk daarover , even wachten en de problemen raken zo opgelost .We willen overnachten in Etno Selo Stavna (p4n 131340 ) , maar de weg ernaartoe is archi slecht , en we tuffen verder .Uiteindelijk belanden we in Park Prirode Komovi nat. Park , iets wat we totaal niet gepland hadden , maar dat wel een voltreffer zou blijken .Ingang tot het park is 3 euro , en 5 euro per nacht . Na een lange smalle weg door het park komen we op de overnachtingsplaats .We vinden mooi plekje in het gras met schitterend zicht op de omringende bergen . Fantastisch . In de vooravond eten we in het park restaurant , vleesschotel , vegetarische schotel , een bord groenten en 2 pinten , en dit voor de prijs van 30 euro . De porties waren zo groot dat we de rest meekregen in plastieken bakjes . Het is zo warm , dat we besluiten een rustdag te houden op 2000 meter hoogte , het is er verdraagzaam in de schaduw van de wagen . Ik probeer een lepel te snijden en Erna houdt zich in stilte bezig met ….. Na een korte wandeling gaan we terug naar het restaurant om een koffie te drinken .2 slechte koffies en een pannenkoek met nutella voor 7.1 euro ; alleen de prijs lijkt ok . Rond 7 uur ,s morgens rijden we van de berg af , om opkomende toeristen te vermijden ( smalle weg ) . We rijden tot in Kolašin , waar we info gaan zoeken om een treinreis te maken naar Podgorica . Eerst installeren we ons op een kleine familie camping , 20 euro per nacht alles inbegrepen , en de wagen staat veilig . We hadden gelezen dat de treinrit van Kolašin naar Podgorica , tot de mooiste ter wereld gerekend wordt .Het station is op 20 min wandelen van de camping .We rijden door de Morača kloof , de diepste van Europa van wel 1000 meter diep , en over de hoogste spoorwegbrug van Europa . Het is inderdaad de moeite waard .We gebruiken de vrijbiljetten van Montenegro . De camping eigenaar had ons gewaarschuwd dat we beter niet naar de hoofdstad zouden gaan , wegens te warm . Inderdaad , toen wij er aankwamen , rond de middag , was het al om te bakken .De straten waren leeg , iedereen naar de bergen en naar zee . We aten in een gerenommeerd restaurant , van de oude stempel . De art deco eetzaal , die prachtig was , hadden we voor ons alleen .Leuk , en tegelijk ook niet . Het eten in Gostiona 1928 was ok (34 euro ) .Na het eetmaal , gaan we naar het gratis museum Grado , om in een airco omgeving te kunnen zijn . Tim had ons een tip gegeven over een oud communistisch gebouw dat de moeite waard zou zijn . Eerst passeren we langs het gebouw , en bemerken we het niet , daarna doen we een wandelingetje van 1 uur in volle zonnehitte , om uiteindelijk aan het gebouw aan te komen . Natuurlijk was het niet te bezoeken , en voor mij echt de moeite niet waard .Het enige dat in mijn ogen de moeite van het zien waard was , was een oude Moorse brug . Na nog een frisse pint , in het oude Hamam badhuis ,Itaka Library Bar , terug naar het station . Aankondigingen van welk spoor , en hoeveel vertraging moest je maar zelf zien uit te zoeken . Na ruim 30 min vertraging komt de trein eigenlijk aan . We delen een compartiment met 2 plaatselijk schonen , hoewel we verbaasd waren dat ze Zweeds onder elkaar spraken . Het waren 2 Montenegrijnse “modepoppen “ die uitgeweken waren naar Zweden , en die nu op vakantie waren in hun geboorteland .Hat werd zo’n geannimeerd gesprek dat we vergaten naar buiten te kijken . Heerlijke douche op de camping om de dag te besluiten . Vroeg in de morgen , om de warmte en drukte voor te zijn rijden we naar Kolaçin . Erna bewondert er de moderne architectuur van het stadhuis . Verder is het een kleine gezellig druk winkelstadje met verkeersvrije straatjes . Lange rit , in tijd door het vele bochtenwerk , naar Durmitor Nat . Park . Dit zou één van de hoogtepunten van Montenegro zijn qua natuur . Via Zabljak rijden we Durmitor binnen . In de toeristische dienst krijgen we zeer summier minimale info over het park .De mevrouw , die nauwelijks of geen Engels kon , was in onze ogen te lui , of te onkundig om degelijke uitleg te geven . We rijden de panoramische Durmitor ringweg .We zijn overweldigd door de natuur , enorm mooie bergen , valleien , vergezichten , bijna te mooi om waar te zijn . De keerzijde van de medaille was dat het inspannend rijden was .Nauwe ringweg , druk verkeer , vele bochten , voortdurend opzijgaan , maar het is de moeite waard . Op het einde van de ringweg kijken we uit naar een camping . We komen aan bij een mooie kleine camping , maar niemand aanwezig , op naar de volgend slaapplaats , maar die was slechts een weide in volle zon , ook niet ons ding . We rijden dan maar terug de ringweg , nu in omgekeerde volgorde , en vinden ergens halfweg een plaatsje om te overnachten . Ik heb er een pittige discussie met enkele Servische wandelaars , die pro Poetin waren . Er was geen vergelijk mogelijk : zij hadden hun standpunt , ik het mijne en dat was het . Een beetje een wrang gevoel , zo’n gesprek . We zijn op weg naar een volgend hoogtepunt , volgens de boeken .Ons doel : Ostrog klooster nabij Nikš Durmitor is een enorm groot , overweldigend bergmassief waar er waarschijnlijk veel wandelmogelijkheden zijn ,maar die info vonden we niet ter plaatse . Redelijk vroeg , om tegenliggend verkeer te vermijden , vervolgen we onze weg richting Plucine . Dicht bij het plaatsje bevind zich het Pivski klooster , dat beroemd is voor zijn fresco’s . Het merkwaardige is dat dit klooster volledig afgebroken werd , door de bouw van het Pivi stuwmeer ,en de Mratinje dam . Steen voor steen werd het klooster terug opgebouwd op een hoger gelegen plaats .Te vergelijken met Abu Simbel .De werken duurden 12 jaar , van 1970 tot 1982 . De moeite van het bezoek waard , om de fresco’s te zien moet je aanbellen in het klooster , en een monnik komt dan het kerkje openen .Erna fotografeert een priester , die dit niet al te zeer kon appreciëren , en dit is nogal zacht uitgedrukt . We zijn op weg naar het volgend hoofdpunt , althans volgens de reisgidsen :Het Ostrog klooster nabij Nikšié .Het is een lastige rit langs een smalle kronkelweg tot aan het heiligdom . Bovendien ook in de regen , de eerste nattigheid sinds ons vertrek uit Duitsland . Het Ostrog klooster bestaat uit 2 delen , een beneden en een boven klooster .We kunnen de wagen enigszins in de schaduw zetten op de onderste parking .Het beneden klooster was niet toegankelijk , maar van op de parking heb je een mooi uitzicht op het witte kloostergebouw dat als het ware aan de bergflank geplakt is . We gaan met een” trapweg “ door het bos naar boven .20 min. 200 meter omhoog stappen ; gelukkig blijft het droog . De ligging van het klooster is het mooist , wat er te zien is , is voor mij niet zo interessant .Wel is het een soort Lourdes in Montenegro .Naar het schijnt zijn er zelfs pelgrims die de 200 meter omhoog afleggen op hun blote knieën .Het is er zeer druk , ik ben enkel onder de indruk van de fresco’s in een klein kapelletje . We kunnen overnachten op de onderste parking , de bovenste was bovendien te betalen . Na een deugddoende nachtrust , rijden we via een zeer smal , klein steil bergafwaarts weggetje naar het oorlogsmonument in Nikšić .Het is een herinneringsmonument voor de oorlogsslachtoffers van de tweede wereldoorlog .Na het korte bezoek , doen we inkopen in een hypermarkt en zetten de reis tot aan het Krupacko meer , waar we enkele uurtjes rusten . Door de warmte , en het gebrek aan info , hebben we het zowat gehad in Montenegro en besluiten richting Bosnië te trekken . We hebben onze internationale passen bij , en passeren zonder problemen de grensposten .Onze eerste halte in Bosnië is bij een wijnhandelaar nabij Trebinje . Het grensgebied tussen de 2 landen is gewoonweg schitterend , en adembenemend . Bij wijnhandelaar Bojanić krijgen we een mooi plaatsje tussen de notenbomen op 500 meter van het domein .We staan er prachtig in de schaduw en helemaal alleen .We nemen een deugddoende buitendouche en rusten in de schaduw. In de vooravond kunnen we de wijn proeven , in gezelschap van 2 Italiaanse meiden .We kopen enkele flessen witte , rode en rosé wijnen (38 euro voor 4 flessen ) De volgende morgen gaan we te voet naar Trebinje , 25 min. stappen .Ondanks dat het slechts 8 uur is , is het reeds behoorlijk warm .We pinnen Bosnisch geld en dwalen door de nauwe steegjes van het oude moslimcentrum . Ook het platanenplein , en de kleine lokale markt bekoren ons .De toeristische dienst echte is een flop . Onderweg naar Mostar , bezoeken we nog de grafzerken van Nekropola in Radimlja .(8 euro p/p) .Veeeeel te warm om een buitenactiviteit te doen .De grafzerken daterend uit de 14de en 15de eeuw zijn werelderfgoed. Er zijn 63 graftomben te bewonderen , enkelen schitterend gesculpteerd .Toch kunnen we in deze “sauna” niet ten volle genieten . Mostar is ons volgend doel ,in zeer heet weer rijden we naar de iconische stad . Wie kent de beroemde brug niet ? We vinden een plaatsje in camp Mostar , een camping met een zwembad , maar helaas geen schaduwplekje te bezien .(20 euro per nacht en 10 euro om heen en terug naar Mostar gevoerd te worden . De eigenaar Amin brengt de mensen met zijn wagen naar het centrum van Mostar, dicht bij de beroemde brug .Onderweg vertelt hij dat hij ook enkele familieleden verloren heeft in de Balkan tragedie. Eigenlijk veel te warm , 34 gr in de schaduw, om een stad te bezoeken . Naast de beroemde brug beleven we ook Mostar .We zien een kapotgeschoten warenhuis , veel huizen met artillerie inslagen , sniper hotel …trieste herinneringen . De stad heeft veel Moorse invloeden , vooral de kleine winkelstraatjes doen denken aan Oosterse winkeltjes . ‘s Avonds neemt Erna nog een flinke duik , ik blijf in de schaduw .Laat in de namiddag komt een groep Duitsers toe op de camping .Tot zeer laat , 1 uur ’s nachts , sleutelen ze aan hun auto’s , en maken enorm veel lawaai in het zwembad .Ik doe mijn beklag bij Amin , die zich excuseert en ons ter compensatie 2 drankjes aanbiedt. Totaal niet uitgerust zoeken we de koelte van water op .Er is een camperplaats op het schiereiland Śčit aan het Ramameer, nabij Jablanica .We hebben nog juist een plaatsje onder een boom met enige schaduw .Het is aangenaam toeven aan het water .We worden verwelkomd met een glaasje Slivovitsj. We betalen 20 euro per nacht . Een arrogante Hollandse madam komt vragen of we hier nog lang zullen blijven , omdat we wel op het mooiste plaatsje staan ….. In de vooravond wandelen we nog tot aan een klooster , dat echter wel gesloten was . Een geslaagde dag in ietwat dragelijke temperaturen . Na Mostar wordt Sarajevo de tweede belangrijke historische stad die we bezoeken in Bosnië. Onderweg houden we halt in Jablanica , waar er nog een kapotgeschoten brug te zien is , vernield in de tweede wereldoorlog. In 1943 werd de brug door de troepen van Tito opgeblazen om de Duitse legers te hinderen .De brug werd voor een film terug opgebouwd , om nadien weer in zijn vernielde stand terug te plaatsen. We rijden naar een kleine camping (enkel 5 plaatsen)op een heuvel boven Sarajevo , met zicht op de stad (30 euro per nacht , bij 2 nachten 25 )We boeken 2 nachten. De camping City view camping ligt op 2 km van het stadscentrum .Het is een steile afdaling , de eigenaar komt ons dan na een telefoontje terug oppikken om naar de camper terug te gaan. Na installatie , gaan we naar de stad , en slenteren rond ter verkenning .Het is drukkend warm , en we zijn blij het gerestaureerde stadhuis annex museum te kunnen bezoeken , om toch maar in de koelte te zijn .Het stadhuis werd tijdens de crisis volledig verwoest en afgebrand .In de kelder is een tentoonstelling met beelden van de vernietiging en van de heropbouw .Op de bovenste verdiepingen zijn er tentoonstellingen van hedendaagse kunst , zelfs Panamarenko is vertegenwoordigd. Vervolgens gaan we naar een oorlogskerkhof , midden in de stad met indrukwekkende witte zerken. Van op de kantelen van het nabijgelegen kasteel heb je een mooi overzicht over de stad. Om 17.30 is het welletjes geweest door de hitte , en laten ons terugvoeren naar de camping. Douche , koele pint en relaxen. Om de ergste warmte voor te zijn vertrekken we te voet rond 8 uur naar de kabelbaan , om naar de Olympische berg Trebevič te gaan .Hier vonden in 1984 de olympische winterspelen plaats . De lift gaat pas van start om 9 uur , een ritje heen en terug kost 30.00 KM .De kabelbaan vertrekt in de Bistrik wijk . Alleen de volledig vergane en beschilderde rodelbaan is er nog te zien van het olympische gebeuren .We blijven boven op de berg tot rond de middag en gaan dan eten in restaurant Inat Kuça , nabij het stadhuis .We betalen 63 KM voor de 2 maaltijden , die niet echt super goed waren .Voor ons geen aanrader . Na de maaltijd nemen we tram 5 , aan het gemeentehuis (2.2 KM per rit , tot aan sniper allee .We kennen allen deze straat van tijdens de Balkanoorlog , daar werden mensen koelweg neergemaaid door sluipschutters , de snipers .Je ziet niet veel meer van het gebeuren , enkel hier en daar een kogelinslag op de huizen . Toch blijft dit een droevige zaak , we zien in gedachten de tv beelden terug… Omdat het zo warm is bezoeken we het Ulaznica museum , met een schitterende verzameling artefacten van de Kelten tot heden .De Indrukwekkende houten boot is een ware blikvanger. Het biologische gedeelte van het museum was iets minder , en deed ons denken aan het vroegere historisch museum van Doornik , met zijn stoffige opgezette dieren en grote houten vitrinekasten. We eindigen de tweede Sarajevo dag met een hapje inrestaurant Ferhatovic , dit op aanraden van de campinguitbater. We bellen hem op , om ons te komen halen.Zijn vader zou komen en beschrijft zijn auto .Toen we op de afgesproken plaats stonden kwam er een auto aan die aan de beschrijving voldeed. Ik steek mijn hand op , en de chauffeur doet teken dat we mogen instappen .We proberen te zeggen waar we moeten zijn , wat ook al raar was , maar de man verstond ons niet .Uiteindelijk zagen we dat hij een totaal andere weg nam dan die naar de camping .We vroegen hem , met gebaren om te stoppen en ons af te zetten nabij de kabelbaan .Daar stonden we dan in een vreemde stad op een onbekende plaats, en nu ? Gelukkig was er een jongeman die Engels sprak op het juiste moment op de juiste plaats, we vroegen hem om de campinguitbater te bellen met de exacte plaats waar hij ons most komen ophalen . Eind goed al goed , en in een vrolijke bui reden we naar ons huis op wielen . Via Sarajevo en enkele binnenwegen stoppen we een eerste maal in Travnik , waar een mooie moskee zou zijn. Opnieuw is het kokend heet , we plaatsen onze wagen op een betalende parking (3 Mark ) omdat we gelezen hadden van inbraken in geparkeerde auto’s. Liever voorkomen dan te genezen. Te voet naar de inderdaad mooi gedecoreerde moskee , met merkwaardig genoeg winkeltjes op de benedenverdieping .Gelukkig kunnen we het bedehuis ook van binnen bezoeken . In een klein restaurantje eten we cevitsje , een pannenkoekachtig iets met kleine worstjes er in , voor 25 mark hebben we iets kregen we 2 porties en 2 tonic’s. Iets verderop eten we nog een ijs , en na een tijdje zijn we blij om terug in de auto te zitten , met airco. Op weg naar Jajce , langs een rivier was er geen enkel schaduwplekje te vinden om even te rusten.Uiteindelijk belanden we in een prachtige autocampplaats Plivsko Jezer ( 21 euro ), waar we een plaatsje onde de bomen vinden met uitzicht op de rivier. De hitte blijft ons parten spelen , veel en veel te warm voor ons.In de vroege morgen wandelen we tot aan de houten molens aan het Pliva meer , dit op 10 min wandelen van de camping. De houten graanmolens werden in de 16de eeuw gebouwd , en zijn nu een belangrijke toeristische trekpleister. Van de 20 houten molens werkt nog , maar het zicht is zeker de moeite waard. De plaatselijke bevolking noemt de plaats waar de molens staan Mlinčici. Ons volgend doel is het Martin Brod N.P. , en terug geen schaduw te vinden op de weg er naar toe .Toch vonden we een plaatsje onder enkele bomen op 50 km voor we in het park aankwamen .Mooi was de plaats niet , afval op de parkeerplaats en langs een drukke weg , maar je mag niet te kieskeurig zijn in zo’n weer . De camping is zeer basic , gelegen aan de Una rivier . Het park is bekend en beroemd om zijn vele watervallen , en ligt op dezelfde hoogte als Plitvice NP. In het park leven beren , wolven , herten , everzwijnen , lynxen …mooi om van te dromen , ze zien is een ander iets. We krijgen een warmteonweer te verwerken , met hagelstenen de grootte van knikkers , bliksem, donder en bakken water .We vrezen dat de hagel ons zonnepaneel zou beschadigen , gelukkig was dat niet het geval. Na een droge nacht , zal het weer warm worden vandaag. We vertrekken vroeg naar een 50 meter hoge waterval , waar je 3 euro voor moet betalen. Deze ingangsprijs is echter in ons overnachtingsticket inbegrepen , zodat we de 3 euro niet moeten betalen .De overnachting kostte ons dus 24 euro in plaats van 30. De waterval op zich was niet zo spectaculair , wel een deel van Martha’s wandeling die daar ook start was ok. Op de terugweg kopen we 3 flessen raki , gebrouwen door een lokale persoon. Niets industrieels dus. Nu volgen 80 km saaie , eentonige weg tot aan de volgende camping , waar het goed toeven was onder de bomen , en met zicht op de Una rivier .’s Nachts werden we gewekt door een donder en bliksemfestival , alles zonder erg. Tijd om door Kroatië te trekken .Geen enkel probleem aan de grensovergang in Bihaç. Alleen kwam een douanier even curieuzeneuzen in de camper. Rustige rit door Kroatië , tot we aan de grens met Slovenië kwamen. We willen oversteken aan een kleine grensovergang , maar die was gesloten,zodoende moesten we een grote omweg maken tot de volgende overgang .Eerst waren we van plan Kroatië te kruisen zonde autowegvignet , maar we veranderden van plan , omdat er geen einde kwam aan de kleine kronkelende weggetjes. We besloten terug naar Bistra te rijden waar we in het begin van de reis ook overnacht hadden. Eerst hadden we een file in Novo Mesto , op weg naar de snelweg , en dan begon de ellende rond Ljubliana. Een monsterfile , wel een uur aanschuiven tot aan de afslag die we moesten nemen. Ik miste de afslag en moest de volgende nemen , om dan aan de andere kant van de autostrade terug in de file te moeten aanschuiven. Uiteindelijk belanden we toch in Bistra , en begaan dan de fout te willen gaan eten in het restaurant. De te dure maaltijd(62 euro) was dan ook nog niet al te best van kwaliteit .Doordat we in het restaurant aten , kregen we dan wel de overnachting gratis en voor niets. Gelukkig hebben we de volgende morgen geen file , tot we in Bled aankwamen. Het was aanschuiven van aan de snelweg tot in het centrum. Bled is zeer druk , parkeren is niet mogelijk voor ons , en we zijn blij dat we kunnen doorreizen naar Srednja Vas , waar een camper contact plek is in het NP Triglav. 20 euro per nacht en daarboven nog 5 euro toeristentaks per nacht per persoon .Gelukkig is er ruimschoots plaats toen we aankwamen , enkele uren later zou dat totaal anders zijn. Er waren zo veel campers dat ze ook op het centrale deel van het plein moesten parkeren .Er was zo veel volk dat je bij wijze van spreken van de ene in de andere camper kon stappen , echt niet ons ding dus .Toch zullen we hier 2 nachten blijven om toch de wandeling in de Mostnica kloof te kunnen wandelen die start in Stara Fužina .We “vergeten” echter de toeristentaks voor de tweede nacht te betalen. In de vooravond doen we nog enkele inkopen in een kleine buurtwinkel. Om 6.30 uur vertrekken we te voet naar Stara Fužina, 3 km langs een kleine weg , en zien onderweg een hertje en kalfje .Ons eerste wild op de gehele reis. Normaal moet je betalen om de wandeling in de kloof te kunnen doen , maar omdat we zo vroeg waren , was er nog niemand aanwezig in de chalet , en gingen we zo naar de kloof .De wandeling volgt de weg van de Mostica rivier, grotendeels door het bos en in de schaduw .Werkelijk de moeite , talloze nauwe kloven , met onstuimige bergrivier. Op het einde van de wandeling kan je nog een stapje verder naar de Mostnica waterval , die echter zeker de moeite niet was. Op de terugweg eten we in het bos , en passeren de betaalchalet .Niemand houdt ons tegen en wijle weg…We zijn rond 13.30 terug aan de camper en hebben toch 17 km in de benen. Voor we naar de camper teruggaan kopen we nog vers brood in Fužina. We zijn tevreden dat we vertrekken , er is niets plezants aan om opeengepakt op een camperplaats te staan . We ontvluchte de drukte en rijden via het overvolle Bled richting Oostenrijk .Het plan was om Oostenrijk door te rijden zonder tol pas. Maar al vlug veranderden we van gedacht , omdat de niet betalende weg meestal over kronkelende , steile wegen ging. We kopen dan maar een tolkaart. Volgende halte is een camperplaats in Saalfelden , alleen was er weer niet de minste schaduw . Gelukkig mochten we even verpozen onder de luifel van Hollandse camperaars. In de vooravond doen we nog een wandeling naar een recreatiedomein aan de Ritzenzee. We doen er een 5 km wandeling rondom het meer. Alles is er zo netjes en afgelijnd , dat we er ons eigenlijk niet goed bij voelden , na de eerder nonchalante Balkan. Gelukkig kunnen we douchen op de camperplaats. We doen nog enige inkopen in een supermarkt en maken ons op om naar huis terug te keren . Na een lange autorit via Fössen , Munchen , Dachau , Nürnberg nemen we ons middagmaal in Dornstadt (bij Ulm) , waar we de eerste avond van deze reis overnacht hadden. Terug lange autostrade rit tot in de omgeving van Pforzheim , waar we een mooie slaapplaats vinden bij een wijnboer langs de Wine straße. Na heel wat gesukkel door wegwerkzaamheden kunnen we eindelijk de wagen op de parkeerplaats zetten , het is reed 19 uur. We hadden de mensen van Weingut Roger Wieser verwittigd dat we iets later zouden zijn. Geen enkel probleem voor hen , we konden de 15 euro overnachtingsprijs de volgende morgen wel betalen. We zien er verschillende ooievaars op hun nesten zitten en horen ook vele buizerden. Na een goede, niet te warme nachtrust , rekenen we af en kopen er enkele flessen wijn voor ons en voor het thuisfront. Het plan was om de abdij van Herkenrode te bezoeken , en ook het kerkje in skeletbouw in de abdij te bewonderen. Het kerkje hebben we kunne zien , de abdij echter was gesloten .We zijn zo onder de indruk van de gebouwen dat we zeker nog eens terug zullen gaan , om te wandelen en ook om de majestueuze nonnen abdij te bezoeken. Middagmaal in het restaurant bij de abdij(dat wel open is)en dan via Brussel naar huis.

donderdag 23 april 2026

Luberon--Saou

Rond 9 uur vertrekken we richting Zuid-Frankrijk .Via Doornik , Mons , Charleroi , Couvin , Rocroy , Troyes en Tonnère komen we aan in het plaatsje Nitry , waar een p4n overnachting is op een parking nabij het restaurant La Beursaudière . Volgende halte zal Saou zijn , een dorpje in de Drôme , dat we goed kannen .Na een lange , lange autorit via Vézelay , Corbigny , Roanne , Feurs , Valence en Crest komen we aan rond 19.45 .Gelukkig vinden we nog een plaatsje waar we waterpas staan .We doen nog een korte wandeling naar het dorpje , om de benen eens te strekken . Na een goede nachtrust besluiten we om nog enkele dagen in Saou te blijven en er een paar wandelingen te doen . Eerst kopen doen we inkopen in het plaatselijke winkeltje , nadat we op de boerenmarkt niet vonden wat we zochten . Erna bezoekt een tentoonstelling van een echtpaar die etsen en gravures maakt (Atelier expo L’Uttapam , gravures et Cabinet de Curiosités van Muriel Moreau en Didier Hamey) Ze geven Erna een tip dat er in de parochiezaal een happening is waar je gratis kledij kan krijgen .We gaan eens kijken en nemen verschillende goede kledingstukken mee . Na het middageten besluiten we om de moeilijke wandeling naar La Roche Colombe te doen .Deze 13 km lange wandeling begint met een steile klim op een rolkeien pad , best pittig .We wisten waar we aan begonnen , want we hadden de tocht al eerder gedaan enkele jaren terug .Eenmaal boven de helling is de rest van de wandeling relatief gemakkelijk .Alleen een heel korte passage met laddertjes in de rotswand om een te groot hoogteverschil te overbruggen .Boven op de Crêtes hebben we een prachtig zicht op de besneeuwde Alpen en op de Ventoux .We genieten volop en eindigen de dag met een frisse pint op het dorpsplein . De volgende morgen doen we een langere wandeling van 20 km .Eerst 7 km tot aan het vernieuwde Auberge des Dauphins dat midden in het Forêt de Saou ligt , daarna de plaatselijke gele wandeling naar Les Clos , die we ook al eens gedaan hadden vroeger , en dan terug naar het dorpsplein voor een obligate heerlijke verse pint bier. We vernemen dat Pogacar de Ronde van Vlaanderen wint . Tijd om verder te reizen .Zo’n 40 km zuidwaarts weten we een mooie France Passion zijn in Sahune . Via de imposante Gorge de 30 pas rijden we naar Sahune , waar we op een mooie plaats kunne overnachten , met uitzicht over de boerderij en met de Rocher de Bramard (947 meter )in de onmiddellijke buurt . We genieten van de rust en de stilte , doen enkele inkopen bij de boer ( 2 flessen wijn , olijven , tapenade , en een pot abrikozen confituur ; en dit voor 20 euro ) In de vooravond nemen we een lauwe buitendouche . In de voormiddag , om de warmte voor te blijven , doen we een zeer mooie wandeling naar de top van de Bramard .We genieten van deze 4 uur durende gemakkelijke wandeling .Weerom worden we op de top beloont met een schitterend zicht . Op de terugweg ziet Erna een slangetje .In de namiddag loopt het kwik op tot 30 gr . We hebben vakantie in Sahune , luieren , niksen , lezen …. We zetten de tocht verder naar Buits les Baronnies waar er een grote markt was , met gezellige drukte .Parkeren was een ander probleem , daarom maakten we van de nood een deugd en zetten de camper op de parking van een supermarkt , waar we dan ook onze inkopen doen . In een zeer goede dienst van toerisme krijgen we info dat er een mooie wandeling te maken is naar Les Rochers de St Julien , juist buiten het centrum .We rijden met de wagen tot daar , maar helaas vinden we geen duidelijke wandeling tekens , en omdat het ook redelijk warm was , zien we af van de wandeling , en rijden richting Montbrun les Bains , waar een p4n overnachtingsplaats is .Onderweg houden we halt op de Col de Fontaube , 655 m) , en doen daar een wandeling van 2 uur naar een kerkhof .We hebben geen exacte kaart of wegbeschrijving en keren halfweg terug naar de auto . Tijdens de wandeling zien we verschillende grote groene hagedissen en hebben we een prachtig zicht op de Ventoux . Mooie overnachtingsplaats aan een beekje , en genieten van de schaduw en de rust .Het hoger gelegen dorp bezoeken zal voor de volgende dag zijn . Eerste taak in de nieuwe dag is vers brood gaan halen in de bakkerij .Na het ontbijt krijgen we in de voortreffelijke toeristische dienst info ober Montbrun .We krijgen een folder van een fonteinwandeling in dit mooie bergdorpje .Er zijn niet minder dan 12 fonteinen , de ene al interessanter dan de andere .Na de mooie wandeling terug naar de camper om te niksen in de schaduw . Na de grootste hitte “savoureren “ we een ijsje en genieten van een goede frisse pint . ‘s Avonds babbelen we met Belgische camperaars , wat blijkt , ik heb nog samen petanque gespeeld met de vader van meneer , en zijn vrouw was van dezelfde Roeselaarse buurt als Erna .Wat is de wereld toch klein… Het weer is een beetje wisselvallig , en daarom doen we een autorit in de Drôme .Via de Gorge de Toulourenc rijden we over de Col de Petry , 1302 meter ; de Col Sain Jean , 1158 m ; en de Col de Negron van 1242 meter hoog . Het was een schitterende rit met zeer mooie zichten over de voor Alpen . We eindigen op een zeer kleine camping in Revest-du-Bion , op 15 km van Sault richting Apt . Camping stelt niet veel voor , maar was een van de enigen die open was .We konden slechts in de vooravond douchen , omdat water door zonnepanelen verhit werd , en er geen mengkranen waren… Maar , alle rust was gegarandeerd , we stonden slechts met 4 op de weide .Voor ons prima , rust , kalmte .. Gelukkig kunnen we in de morgen brood kopen in de plaatselijke bakkerij . Na het ontbijt rijden we richting Banon , waar we de wekelijkse markt bezoeken , een Banon kaasje kopen , en natuurlijk de fameuze boekenwinkel Le Bluet niet vergeten . We kennen de streek door reeds vele bezoeken , ook in Vachères houden we halt . Hier woonde Yves en Philippe , een West-Vlaams koppel die hier een bed and breakfast openhielden .Beiden zijn reeds enkele jaren overleden .We kijken op het kerkhof of we enig teken van hen kunnen vinden , tevergeefs . Erna gaat tot bij hun vroegere woonplaats , waar ook niets meer van hun aanwezigheid te vinden was .We zijn ietwat ontroerd omdat dat tijdperk nu definitief ten einde is . Onderweg blijven we een halve namiddag in de schaduw staan , waar we ook middagmalen .Het weer is intussen weer schitterend , 25 gr en meer .Van op onze plaats zien we mooi de Ventoux .Merkwaardig , toen we in de streek aankwamen zagen we nog volop sneeuw op de berg , nu was de sneeuw bijna volledig weg . We eindigen op een kleine parking , in het prachtige stadje Viens .Dit prachtige Middeleeuws dorp is heus de moeite van het bezoeken . We hadden geluk hier op een zaterdag te zijn , dan was de parking , die ook gebruikt werd door de gemeentediensten , verlaten .Tijdens de week is het zeker zo rustig niet .Natuurlijk drinken we nog een frisse pint in het enige café dat open was .Als je in de buurt bent , niet passeren maar bezoeken , je zult het je niet beklagen . Goed uitgeslapen vertrekken we naar Apt , de hoofdstad van de Luberon .We willen het museum en het maison du parc bezoeken , maar , alles was zelfs om 10 uur potdicht .Ook de stad zelf was verlaten ;tijd om niet te lang te verblijven en de reis verder te zetten . We starten dan de autorit in de Luberon en Vaucluse , uit het boek 52 roadtrips door Frankrijk , pag. 214-218 . Eerste halte is het dorp Saignon , een mooi dorp met mooie dorpsgezichten , waaronder een mooie fontein en Een imposante ruïne . Van op de top van de ruïne heb je een mooi overzicht over het dorp . Ook merkwaardig is de olijfpers die in grot is ingebouwd . Iets verderop is er een alternatieve plantenkweker , een geitenwollensokken project , doch niemand aanwezig En nog geen planten .De kwekerij zou gespecialiseerd zijn in oude planten . Volgende halte is het dorp Céreste , doch ook hier , geen kat te zien en alles gesloten . Dan een korte rit tot aan de klooster ruïne van de Prieuré Carluc ., waar je gemakkelijk kunt overnachten als je zou willen .Alhoewel een mooie ruïne , is het in onze ogen de omweg niet waard . We eindigen de dag in Grambois op een p4n plaats .Weeral hetzelfde fenomeen als de gehele dag , alles toe en gesloten .Hoewel deze village perché op zichzelf wel mooi is . Het weer is eerder wisselvallig , en we rijden naar Cucuron , bekend voor zijn Bassin de L’Etang , een vijver in het centrum met mooie platanen . We doen ook een korte wandeling in dit aangename plaatsje . Verder dan naar Lourmarain waar Erna het kasteel bezoekt ( 8 euro ) .Het slot dateert oorspronkelijk van de 12de eeuw , na verschillende eigenaren kwam het in 1920 handen van Robert Laurant-Vibert , de grote baas van het haarverzorgingsproduct voor heren Pétrole Hahn .Die liet alles restaureren door architect Henri Pacon . Vibert overleed na een auto ongeluk in 1925 .Testementair schonk hij dit eigendom aan de academie des sciences, agriculture , arts et belles lettres , op voorwaarde dat het zou omgevormd worden tot een stichting die jonge kunstenaars zou ondersteunen .Verder is Lourmarain vooral bekend voor de vele galerijen en snuisterijen winkeltjes .’s Zomers een topper in de streek , nu , redelijk verlaten . Lourmarain is ook bekend als begraafplaats van Albert Camus ( 1913-1960) . Deze Franse filosoof en schrijver kreeg in 1957 de nobelprijs voor de literatuur .We zoeken zijn graf op het kleine kerkhofje .Het is een kleine onopvallende steen met enkel zijn naam en data op .Wel liggen er bloemen en schrijfgerief naast zijn graf . Volgende halte is het kasteel in Lacoste .De oorsprong gaat terug tot de 11de eeuw. De markies de Sade verbleef er van 1769 tot 1772 . In 2001 kocht Pierre Cardin het slot en restaureerde het volledig . Elk jaar tot aan zijn dood organiseerde hij er een muzikaal kunstfestival .Opvallende beelden op en rond het kasteel . Het dorp Lacoste , aan de voet van het kasteel is uitermate mooi , Het oudste gebouw dateert uit de 9de eeuw , het is alsof de tijd bleef stilstaan in dit Middeleeuws ogende dorp .Het dorp werd in 1970 volledig ingenomen door het Amerikaanse “ Lacoste school of arts “ , waar jonge kunstenaars een plaats vinden om hun kunst te ontwikkelen en te promoten . Gelukkig zijn we in het vroege voorjaar en is het helemaal niet druk , wat waarschijnlijk anders is in volle zomer . Na een korte stop in in Oppède le Vieux rijden we tot in het dorpje Les Taillades , waar we een moeilijke wandeling plannen de volgende dag .We hadden een brochure over de wandeling Rochers de Baude , slechts 6 km lang , maar zeer lastig volgens de omschrijving . We staan geparkeerd bij een prachtig speelplein , met als blikvanger een mooie draak in hout om op te klimmen met , en af te glijden . Ook is er een proper publiek toilet aanwezig , en is er een bakkerij op wandelafstand . Redelijk vroeg gaan we op pad . Na een km komen we aan de te beklimmen rotspartijen , les rochers de Baume .Eerst in een soort vallei gestaag omhoog tot op een keienpad .Daar waren enkele ijzers in de rotsen geklopt om een steil hoogteverschil te overwinnen .Geen probleem om dit laddertje te gebruiken . Daarna redelijk steil omhoog tot op de bergkam .We zijn werkelijk helemaal alleen in dit prachtige Drôme berglandschap , met steile klippen , woeste rotspartijen en een redelijk goed aangeduid , maar moeilijk pad steeds hoger en hoger . We worden beloond door een schitterend panorama over de streek .We kijken tot in Apt , en aan een andere kant uitzicht op de alomtegenwoordige Ventoux .Jammer genoeg loop ik een kleine verrekking op in de linkerkuit , maar we laten het niet aan ons hart komen en genieten verder .Na de klim volgt logischerwijze een even steile afdaling , en dit over losliggende steentjes .Oppassen geblazen .Uiteindelijk komen we via de bron van de Boulon rivier in het dal terecht .Dan nog een uurtje stappen tot aan de auto . Wat een mooie, maar pittige wandeling was me dat . We nemen de nodige tijd om uit te rusten en te middagmalen . Tijd om naar Merindol te rijden waar er enkele observatiehutten zijn aan de Durance rivier . Geen speciale vogels te zien , wel ontdekken we een voor ons onbekend insect : de vlinderhaft , ook een ontdekking voor ons . We proberen verschillende France Passions in de omgeving , doch geen enkele kon ons bekoren .We besluiten terug te keren naar onze vorige slaapplaats . We hebben ook info van een mooie , gemakkelijke wandeling in Cabrières d,Avignon : le mur de la peste . We parkeren op een grote parking achter het gemeentehuis , waar je ook zou kunnen overnachten in de camper .De wandeling is 7.5 km lang en is genoemd naar een muur om pestlijders tegen te houden .Deze muur van 27 km lang werd gebouwd rond 1720 , en was bedoeld om de pestlijders die van uit de richting Marseille en de Provence kwamen , te beletten binnen te komen in het Comtat Venaissin . De muur werd bewaakt door soldaten , die de opdracht hadden iedereen neer te schieten die probeerde over de muur te komen .Langs de muur die gebouwd is met witte stenen , zie je nog verschillende schuilhuizen en wachttorens van de bewakers . Nu zijn er verschillende info borden geplaats op het muur traject om deze tragische geschieden te gedenken . Ook deze wandeling , die inderdaad gemakkelijk is , doen we redelijk vroeg , om de hitte voor te zijn . Mooi bewegwijzerd en gevarieerd pad door bos en heuvels .Onderweg zien we een schaapherder en zijn kudde . We eten in de camper op de parking , en rijden naar het ons bekende Gordes . We zetten de auto op de camper parkeerplaats , die betalend is van af 17 tot 8 uur . We gaan te voet naar deze hoog gelegen stad , die indrukwekkender is van op afstand , dan hij werkelijk is . Erna bezoekt een tentoonstelling in het kasteel op het centraal plein .Ze ziet er onder andere werk van de Vlaming Pol Mara (1920-1998) .Mara is een kunstschilder , tekenaar en lithograaf met wereldbekendheid .Ingang van het kasteel is 6 euro . Het is stilletje aan tijd om onze wegen te korten , en daarom rijden we noordwaarts tot in Saou , waar we in het begin van de reis ook al 3 nachten stonden . Ik haal vers brood , ,we ontbijten en doen de rugzak klaar voor een volgende wandeling in dit heerlijke dorpje . Te voet vertrekken we naar de Auberge des Dauphins , waar we beginnen aan de wandeling “sentier des muletiers van 7 km .Een aangename gemakkelijke wandeling op goed begaanbare paden , weerom genieten dus . De tocht begint met een kronkelend ezels pad tot halfweg de bergrug .Daarna plat en evenwijdig pad tot op het afdaalpunt naar een parking .Ondertussen kennen we wel onze weg om tot in Saou te geraken .Toch nemen we nog een allerlaatste variant van het pad .We hebben er geen spijt van .We wandelen door een natuurreservaat en langs enkele vijvers . Uiteraard eindigen we op het terras met een pint . Naast ons komen er jonge mensen met een klein kindje zitten .We praten wat en gaan naar ons huis op wielen . Tot onze grote verassing waren de mensen van het terras onze camperburen .Het meisje zegde zo enthousiast hallo , dat ik haar een uitgezaagd muntje gaf .Kort daarna kwam de meneer met een zakje chocolaatjes .Hij was namelijk artisanale chocolatier uit de Elzas . De leuke dingen van het camperen zijn dat. We plannen in 2 dagen naar huis te rijden .Via Crest , Valence , Vienne en Lyon , die we doorrijden zonder enige vertraging , komen we rond de middag aan in Les Dombes , waar we een aangenaam plekje vinden om te middagmalen . We staan naast een kijkhut en kunnen er een lepelaar , ooievaars en een beverrat spotten . We rijden tot rond 17 uur , tot aan een mooie p4n plaats aan een kanaal in Lons-le-Saunier , in de buurt van Langrès . De laatste dag resten er ons nog 500 km , die we zonder problemen afleggen met een middagpauze op de camperplek van Rocroi . Hier kunne we ons toilet en afvalwater lozen . In de vooravond terug thuis na een deugddoende , prachtige camperreis.Er staan 2605 km op de teller

woensdag 4 februari 2026

Oman jan 2016

Oman Na lang overleggen besluiten we in het voorjaar van 2026 naar Oman te reizen. We willen het triestige winterweer van onze streek even achter ons laten en zoeken een aangenaam landklimaat. Dat vind je de winter zeker in Oman. We verwachten temperaturen van om en bij de 25 graden. ’s Zomers is de temperatuur hier soms tot 45 à 50 graden Celsius, ook niet voor ons dus. Oman, officieel het Sultanaat Oman, is gelegen in Zuidwest-Azië , aan de zuidoost kant van het Arabische schiereiland. De Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië en Jemen zijn de buurlanden van het land. De golf van Oman vormt ook de grens met Iran. Het land is 309 500 km² groot en heeft een kleine drie miljoen. De hoofdstad is Muscat, de munteenheid Omaanse Rial (1 rial is ong.2 euro), Arabisch is de landstaal en 82 procent van de bevolking is Moslim. Ter vergelijking: Vlaanderen is 13 700 km² groot en telt ongeveer 7 miljoen inwoners. Oman is een land dat zijn rijkdom vooral aan olie dankt. In 1962 werd er olie gevonden in commerciële hoeveelheden. De toenmalige heerser Said bin Taimur (1932-1970) wilde het oliegeld vooral gebruiken voor eigen profijt. Zijn zoon Qabous bin Said al Bu Said (1940-2020) was daar echter niet mee akkoord en met hulp van de Britten pleegde hij een staatsgreep in 1970. Eenmaal aan de macht investeerde hij een groot deel van het geld in eigen land en bevolking, zonder te vergeten zichzelf te verrijken natuurlijk. Onder zijn bewind werden er moskeeën, musea, wegen en dammen gebouwd. De bevolking kreeg gratis onderwijs en ziekenzorg. Voorbeelden zijn de grote moskee, het nationaal museum en het nationaal theater. Ook krijgt ieder Omani die wil bouwen gratis grond van de regering. Erna plant de reis tot in detail op voorhand. Ze boekte de vluchten, hotels en wagen. Alles was klaar om te vertrekken op 20 januari. We reisden probleemloos met de trein naar Schiphol, waar we Tim ontmoeten. Enkele uurtjes later stijgen we op richting het redelijk onbekende. Rond 7 uur ’s ochtends plaatselijke tijd (in België is het dan 4 uur ’s nachts) landen we veilig in Muscat. Na een redelijk vlotte bagageafhandeling, kopen we een Omaanse simkaart en halen het maximaal toegestane Rial (300, zo’n 660 Euro) af aan een geldautomaat. Met een taxi rijden we naar het eerste hotel van deze reis aan de rand van Muscat. We mogen de bagage achterlaten in de lobby van het hotel . We hadden gelezen dat het interessant was om de “ootaxi app” (een soort Omaanse uber) te gebruiken in de stad. Tim werd aangesteld als IT-er. Na het installeren van de app is het tijd om onze eerste taxirit te bestellen. Alles gaat zeer vlot en voor 2 Rial (4 Euro) worden we naar de grote moskee in Muscat gebracht. We bezoeken de moskee direct bij aankomst omdat die enkel in de voormiddag te bezoeken is. De werken aan de Sultan Qaboos moskee begonnen in 1992 en werden voltooid rond 2015. De officiële opening was in 2016. De immense moskee werd gebouwd met 300.000 ton Indische zandsteen. De gebedsruimte meet 74.4 op 74.4 meter met een centrale koepel van 50 meter hoog. De vier minaretten hebben een hoogte van 45.5 meter. Binnen is plaats voor 6500 mannelijke gelovigen en er is ook een gebedsruimte voor 750 vrouwen. Het reusachtige tapijt heeft 1.700.000 knopen en weegt 21 ton. Het 70x60 meter grote tapijt weegt 21 ton en er werd vier jaar aan gewerkt. In de koepel hangt een enorme acht ton zware kroonluchter met 1112 lampen van Swarowski-kristallen. Het begint redelijk warm te worden en we nemen een taxi naar de zee waar we in het restaurant Café Farah brunchen. Met zicht op de Perzische golf genieten we volop van de Omaanse gerechten. Op het strand vinden we mooie schelpen en stukjes koraal. Het is zo warm dat we ons per taxi laten voeren naar een vier kilometer verder gelegen park in de hoop er schaduwplaatsjes te vinden om te rusten. Helaas, we vonden weinig bomen en nog minder schaduw. Door een verkeerde Omaanse tip maken we een nodeloze wandeling in de voor ons verzengende hitte. Gelukkig mogen we plaatsnemen in een klein prieeltje waar een Omaanse vrouw en haar kind thee dronken. Hier maakten we voor de eerste keer de gastvrijheid van de Omanieten mee. We kregen zonder vragen een deugddoend kopje thee. Tijd voor een korte siësta, dachten we. Onze kamer kon echter niet op slot en de lavabo functioneerde niet naar behoren. Ik meldde dat aan de receptie en 5 minuten later kregen we een luxueuzere kamer aangeboden. Wat een service! Met de taxi rijden we ‘s avonds naar het Qurum Natural park waar er een groot lichtspektakel plaatsvond. Ietwat te vergelijken met de feeërieke verlichting in de Gavers en de grote steden bij ons. Erna en ikzelf moeten niet betalen (want 70 plus!) Tim betaalt 1.8 rial (vier Euro). We twijfelden of we wel binnen zouden gaan maar gelukkig besloten we het toch maar te doen. Het was een indrukwekkend gebeuren met lasershows, acrobaten, orkesten, muziek en dans, alles in een fancy fair achtige setting. Overal zijn er eetstalletjes van verschillende landen, waaronder Spanje, Frankrijk, USA. We eten iets Pakistaans en betalen een habbekrats. Na enkele uurtjes hebben we het ook wel gehad en gaan terug naar “huis” met de taxi. Door slaaptekort en tijdsverschil kruipen we vroeg in ons “nest” na een lange, vermoeiende maar ook aangename eerste vakantiedag. Na een goede nachtrust en idem dito ontbijt trekken we naar het oude stadsgedeelte van Muscat, aan de haven en de vismijn. Ons doel is de soek te verkennen, een overdekte markt. Vroeger diende de soek als hub om de waren van overzeese gebieden zoals China, India en Europa verder te distribueren in het Midden Oosten. De soek is een doolhof van kleine steegjes en pleintjes waar je letterlijk van alles kunt kopen gaande van kledij over juwelen tot specerijen. Noem het en het is er te koop. We worden voortdurend aangesproken door de handelaren die meestal uit India of Bangladesh komen om toch maar binnen te gaan in hun winkeltje. Agressief zijn ze wel niet maar toch redelijk vervelend. Aan een kraampje koot Erna een shawl in haar favoriete kleur, ik ding toch met succes iets af van de prijs. Na een uurtje zijn we het beu en wandelen we langs de zeedijk tot aan het nationaal museum. Het enorme museum werd ingehuldigd op 30 juli 2016 en heeft een oppervlakte van 13.700 km². Er zijn 14 permanente galerijen en nog enkele bedoeld voor tijdelijke tentoonstellingen. Hoewel het een mooie collectie is en je veel kunt leren over de Omani, is dit museum toch niet mijn ding. Wel kijk ik vol bewondering naar een kleitablet met spijkerschrift en naar de vele munten. Erna is gefascineerd door de handgeknoopte tapijten. Bij het binnenkomen had ik gezien dat plus 70 jarigen gratis binnen mogen. Aan de kassa zegde ik trots: “twee 70 jarigen en 1 volwassenen”. Daarop antwoordde de bediende prompt dat dat enkel geldig voor Omani. Na nog wat over en weer gepraat zegde de jongedame al lachend: “veel plezier in het museum strange man. Recht tegenover het museum ligt het megalomane, lelijke koninklijk paleis. Het doet ons denken aan architectuur van de Roemeense communistische oud-dictator Ceaușescu. Met de taxi gaan we terug naar de oude stad, het werd te warm om terug te wandelen. In het “typische” Omaanse restaurant Bait al Lubin nemen we alle drie een ander hoofdgerecht en kunnen zo van verschillende streekgerechten proeven. Het ene is al beter dan het andere. Voor 3x voorgerecht ; 3x hoofdgerecht en 2x dessert plus water betalen we 45 Rial (Ongeveer 90 Euro) Na een nacht vol straatlawaai is het tijd om uit te checken en de auto af te halen in de luchthaven. Die hadden we gereserveerd om 11 uur en we kregen de wagen dan ook geen minuut eerder. De enorm norse, onvriendelijke baliemedewerkster behandelde ons als, ja als wat… De bediende aan het afhaalpunt echter was zeer beleefd en behulpzaam. Geduldig legde hij ongeveer alles uit. Uitermate nerveus vertrokken we richting Sur, een stad en landsdeel in het Oosten van Oman. Het begon al goed: we kregen de slagboom niet omhoog en moesten al hulp inroepen via een praatpaal. Gelukkig wist Tim hoe hij zijn telefoon kon koppelen met de auto en zijn google map instellen als gps. Rond Sur doen we een eerste halte om er een wandeling te maken in een wadi, een soort oase in een canyon die regen- of smeltwater opvangt en tijdelijk buffert. We vinden nog een parkeerplaatsje in de schaduw van de brug, het was er zeer druk. We moesten eerst met een klein bootje de rivier oversteken en dan een 45 minuten gemakkelijke wandeling in de kloof. Werkelijk spectaculair. We zien ook de Egyptische gier en een valk. Het was mogelijk te zwemmen in de verschillende poelen in de wadi. We vervolgen weg 17 door het drukke uitgestrekte Sur en komen rond 18 uur aan op ons volgend verblijf.We worden zeer vriendelijk ontvangen in het guesthouse Turtle Guest House in Ras al Jinz, aan het meest oostelijke puntje van het Arabische schiereiland. Gelukkig hadden we avondeten bij geboekt want er was daar niets buiten het hotel en het natuurcentrum. We krijgen een ruime driepersoons kamer en kunnen avondmalen met een Indische familie. Zelfs lekkere frietjes stonden op het menu. Erna en Tim schreven in om mee te gaan naar een schildpaddenwandeling in het natuurcentrum, ik paste omdat ik te moe was van die stresserende eerste autodag . Te voet trokken de twee naar het 500 meter verder gelegen centrum, maar kwamen direct terug. Te veel volk om naar enkele schildpadden te kijken. Ze hadden gelijk, de Indiërs vertelden later dat ze amper één schildpadje gezien hadden. Na een goed ontbijt wandelen we naar het schildpaddenreservaat. We betalen 2 Rial (vier Euro) ingang en wandelen op het strand waar we verschillende schildpaddensporen en eierschalen vonden. In 1996 werd er 120 km² ingericht als reservaat om de naar schatting 20.000 groen zeeschildpadden te beschermen. Het reservaat omvat twee lagunes: Knaus al Hazar en Khaur Jamara. Er zijn ook talloze archeologische vindplaatsen in het gebied waaronder een kleine 350 graven. Na uitschrijven op naar de volgende bestemming: een tentenkamp in de zandwoestijn. Onderweg houden we tussenstop in de Wadi Bani Khalio-oase. Het was een mooie bergrit ernaar toe en in de oase is er mogelijkheid tot zwemmen. Overal staan er kleine tentjes om te verkleden. Jammergenoeg is dit schitterende natuurfenomeen een drukke toeristische bedoening geworden met aangelegde betonnen paadjes en eethuisjes. Kortom: goed om het eens te zien en er dan zo rap mogelijk weer vandaan. Onderweg naar de zandwoestijn tanken we voor de eerste maal. Benzine kost 0.239 Rial per liter: ongeveer een halve euro dus. Via een lange autostraderit, gevolgd door een korte woestijnpiste met geribbeld hard zand, komen we aan op het tentenkamp. We slapen in een grote tent die is voorzien van alle comfort die we nodig hebben. We boeken een jeep rit om de zonsondergang in de woestijn mee te maken. We doen aan “duinsurfen” met de jeep , natuurlijk doet de chauffeur er nog een schepje bovenop maar we genieten er toch wel van. De okerrode zandduinen zijn tot wel 200 meter hoog. Onze chauffeur Mohammed toont ons hoe de Omanieten koffie zetten, met koffie uit een ander land, en vertelt over zijn leven en over de gewoontes en zeden van de streek. ‘s Avonds is er, zoals gewoonlijk in de hotels, buffet avondmaal. We zijn weer een nieuwe ervaring rijker . Na een goed ontbijt vertrekken we voor een lange autorit naar de hangende terrassen in Al’Aqar. Onderweg moeten we langs een steile weg waar 4x4 aangewezen is. Op een bepaalde plaats staat er politie om identiteit van de passanten op te nemen en om te controleren of je wel degelijk 4x4 hebt. Onderweg houden we verschillende keer halt om van het landschap te genieten en om een sanitaire stop te houden in een moskeetje ergens halfweg de route . Rond 14 uur zijn we in ons hotel Al Jabal Al Akhd hotel. We worden verwelkomd met de obligate thee en dadels. Na een korte wandeling in het gehuchtje gaan we naar het terras om de zonsondergang te zien. Ongelukkiger wijze waren er veel wolken en viel het zonnespektakel ietwat tegen. Opnieuw avondmaal in buffet vorm. De hangende terrassen waaraan landbouw wordt gedaan zijn Unesco-werelderfgoed. De lokale irrigatiekanalen, de Falaj, worden tot op heden nog gebruikt om de terrasjes te bevloeien. Men kweekt er verschillende groenten en ook is er plaats voor dadel-, sinaas- en citrusbomen. Na het ontbijt doen we een goed aangeduide rood-geelwandeling door twee dorpjes die zeer armoedig lijken. Tot voor kort was er zelfs geen elektriciteit. Onderweg zien we durvers een via ferrata doen op de steile klippen. Tegen de middag terug aan hotel. Na een uurtje rust doen we nog een wandeling naar een rotsplateau vanwaar je een mooi uitzicht hebt over de terrassen. De rotsen zijn rijk aan fossielen, ik kan er een kleine inktvis vinden, helaas in een te grote steen om mee te nemen. Erna en Tim gaan nog naar een uitkijkpunt waar wijlen prinses Diana nog gestaan heeft, ik ga naar het terras om te rusten. Ik was moe van het vele autorijden de laatste dagen. Ons volgend doel is de fameuze balcony walk in de Omaanse versie van de Grand Canyon. Eerst rijden we naar Fort Bahla, een van de historische hoogtepunten in Oman. Het fort werd gebouwd in de 12de tot 15de eeuw en diende ter verdediging van de nabijgelegen oase. Wij wandelen rond het enorme lemen kasteel omdat we gelezen hadden dat er binnen de muren bitter weinig te zien was. Nu nog zijn er resten te zien van de 13 km lange stadsmuur. Het fort is ook Unesco-werelderfgoed . Via een zeer, maar dan ook zéér slechte aardeweg (door wegenwerkzaamheden) en op 4x4-kracht komen we aan op het beginpunt van de canyonwandeling. Die ligt in het Hadjargebergte en heeft als hoogste top de Jebel Shans van 3000 meter. We doen een 45 minuten lange wandeling tot aan een tweede uitkijkpunt en genieten van dit indrukwekkende natuurfenomeen. Het is een gemakkelijke wandeling op een pad langs de rotswand van Wadi Gull, op 2000 meter boven de zeespiegel. Op de terugweg zien we de witte Egyptische gieren van zo dichtbij dat we duidelijk de kale kop kunnen zien. Weeral was er redelijk veel volk op deze toeristische pleisterplek. Met een beetje “angst” vatten we de terugtocht aan, schrik dat er iets zou gebeuren met de huurauto maar alles verliep redelijk vlot. De weg was namelijk geen verrassing meer zoals in het omhoog rijden. Na nog een uurtje op goede wegen komen we aan in Mizfah al Abriyeen waar ons hotel is: het Mizfah Hospital Inn. We krijgen een mooie kamer met balkon en zicht op de bergen en op de kasteelruïne van Rohan Castle. Mizfah ligt in een oase met veel palmbomen en wadi’s en is omgeven door redelijk hoge bergen. We moeten de wagen op enkele honderd meter van het hotel zetten omdat het haast onmogelijk is het dorpje binnen te rijden: zeer nauwe straatjes, steil en druk, druk, druk. Avondmaal in buffetvorm met zoals altijd keuze uit verschillende streekgerechten. Ook ontbijt idem dito. Na een copieus ontbijt doen we een schitterende wandeling naar een bron van de wadi en vervolgen de tocht nog een uurtje verder diep de canyon in. Weerom petje af voor de natuurpracht. Na een korte siësta doen we nog een wandelingetje tussen de palmbomen en de falaj. In de vooravond gaan we mee op een geleid bezoek in het museum van de eigenaar van het hotel. Het was zeer interessant om te zien en te begrijpen hoe de Omani vroeger leefden en hoe alles evolueerde tot de huidige moderne toestand. Ik word er nog in de traditionele kledij gezet, een wit kleed – een dishdasha - met geparfumeerde kwast en een massar op mijn hoofd, een soort sjaal. Alles afgewerkt met een geweer als accessoire. Eentje voor het nageslacht dus. Een ander traditioneel hoedje in Oman is een kumma, mutsje met verschillende patronen en kleuren, een zeer gegeerd souvenir voor velen. Onderweg naar Nizwa bezoeken we eerst het kasteel van Jabreen. Onze gids neemt ons mee door dit mooie kasteel dat slechts eenmaal bewoond werd door de bouwer in 1692. Imam Bil’Arab bin was sultan van de Yaruba-dynastie en regeerde toen over de streek. Hij woonde in zijn kasteel en werd er ook begraven. Vooral opvallend zijn de vele beschilderde originele plafonds, de rechtszaal, de lage kerkers voor mannen en de ietwat hogere cellen voor vrouwen. Er was zelfs een speciale kamer voor zijn paard! De sultan had slechts één vrouw. Nog een ander leuk weetje: in de rechtszaal was er een verborgen plaats waar de soldaten verbleven zodat ze te allen tijde konden ingrijpen moest het nodig zijn. Indrukwekkend zicht over de streek van op het vlaggenmastplatform. Ook interessant om te zien was het ingenieuze verluchtingssysteem zodat er constant een aangename temperatuur heerste in het slot. Wij waren redelijk vroeg aan het kasteel en konden in alle rust genieten van de rondleiding. Toen we terug naar de auto gingen, stond de parking reeds vol met bussen en wagens. Stilaan werd het tijd om naar Nizwa te rijden, waar we veel verwachten van het stadsbezoek, de geitenmarkt en de soek. Onderweg naar Nizwa gaat de wagen in een carwash, en dit voor 1.5 Rial (Drie Euro). Na het inchecken in hotel Al Diyar, eten we in het hotelrestaurant en nemen we een korte break. Met de taxi naar het oude centrum, waar we kuieren in de soek. De mensen zijn heel vriendelijk en helemaal niet opdringerig. We kopen er enkele souvenirs en specerijen en doen een wandeling op de oude vestingmuren . We eten in het restaurant van hotel Old Town op een terras met uitzicht over Nizwa.Ik eet er voor de eerste maal op deze reis dromedaris, lekker maar daarmee is ook alles gezegd. We betalen omgerekend 26 euro voor drie hoofdschotels en water. Terug naar hotel met de ootaxi. Om 6.30 staan we op, ontbijten we en gaan met de taxi terug naar Nizwa om de fameuze geiten- en dierenmarkt te zien. Die markt is nu een ware toeristenattractie geworden, maar toch nog echt. Je ziet er hoe de handelaren rondlopen met hun geiten en hoe ze luidruchtig onderhandelen. Het is een kleurrijk spektakel. Het is interessant om te zien hoe de verschillende stammen andere kledij hebben. Tegen de middag checken we uit en gaan terug naar Muscat voor onze laatste avond in Oman. We hebben geboekt in Studio M, een zeer goed hotel langs een drukke weg. In het restaurant eten we zelfs eens frietjes! Na een korte rust nemen we een taxi naar het operagebouw waar we een concert zullen bijwonen. Gelukkig gingen we vroeg genoeg op pad, want onze taxichauffeur vergiste zich van route, reed achteruit op een autostrade, lapte verkeersregels aan zijn laars, gebruikte pechstroken om abrupt in te voegen en zette ons niet aan de juiste ingang af. We slaakten een diepe zucht toen we konden uitstappen. Het operagebouw zelf was een gebouw in alle grandeur en luxe, de rijkdom van de Omanieten spat ervan af. Pech voor ons dat we op een vrijdag het gebouw bezoeken, want de bib en de tentoonstellingen waren niet open vanwege het vrijdaggebed. Zo mooi het gebouw was, zo abominabel was de opvoering. Eerst een pianoconcert van Liszt, door de naar het schijnt wereldberoemde pianiste Hélène Mercier samen met een andere pianist. Het was eerder een kakofonie dan een aangenaam hoorspel. Hélène sloeg verschillende malen de verkeerde toets aan, de andere pianist had moeite met zijn partituren op de iPad, speelde als een bezetene en toen moest het koor nog de negende van Beethoven zingen. Voor ons een complete ramp, ze raasden door het stuk aan een veel te vlug tempo. Het koor en pianisten zaten niet op dezelfde golflengte, sopraan te overheersend. Ik vond het kortom een verkrachting van Beethovens werk. Gelukkig was de terugrit naar het hotel van een andere orde, zoals een taxirit moest zijn. Na een uitgebreid ontbijt maken we de koffers klaar en trekken ruim op tijd naar de luchthaven. Natuurlijk nemen we een verkeerde ingang en moeten nog een toertje doen rond de luchthaven voor we de juiste plaats van inleveren vonden. Nu was er wel een beetje spanning. Was de wagen in orde? Hadden we een verkeersboete gekregen tijdens ons verblijf? Gelukkig bleek alles tiptop te zijn en konden we ons installeren voor enkele uren in de luchthaven. Tim had gevonden hoe we met een self scan konden inchecken en vroeg onze bagage konden afgeven. We geraakten zonder problemen door de douanecontrole en moesten dan nog enkele uren wachten op de vlucht. Alles perfect op tijd. Op Schiphol moesten we een uurtje wachten op de trein naar Antwerpen. We hadden toch opnieuw een beetje stress want de trein werd aangekondigd met enkele minuten vertraging en we hadden maar 10min in Antwerpen om de trein naar Kortrijk te nemen. Gelukkig hadden we tijd genoeg. Als kers op de taart moesten we via Deinze en Lichtervelde sporen om rond twintig voor één ‘s nachts aan te komen in Kortrijk. De trein is altijd een beetje reizen. Als besluit kunnen we zeggen dat Oman een ideaal vakantieland is om onze winter even te ontvluchten. Het is een zeer gemakkelijk bereisbaar land met vriendelijke mensen. Eens je er bent is het er niet zo duur, zijn er aangename temperaturen en enorm mooie landschappen. Alleen de cultuur die we kennen in het westen ontbrak een beetje, waarschijnlijk omdat we het niet kenden. Mooie 10-daagse gehad. Erna had alles tot in de puntjes geregeld, Tim deed het fantastisch als IT’er. Ik was chauffeur. Op vr 6 feb 2026 om 11:25 schreef rik devriese : Ok Op vr 6 feb. 2026 11:24 schreef Tim Devriese : Was te druk op werk gisteren, ik bekijk het nu! Op wo 4 feb 2026 om 17:53 schreef rik devriese : Oman Na lang overleggen besluiten we in het voorjaar van 2026 naar Oman te reizen .We willen het triestige winterweer van onze streek even achter ons laten , en zoeken een aardig landklimaat , dat in de winter zeker te vinden is in Oman , we verwachten temperaturen van om en bij 25 gr .’s Zomers is de temperatuur hier soms tot 45 à 50 gr Celsius , ook niet voor ons dus . Oman , officieel Sultanaat Oman is gelegen in Zuidwest Azië , aan de zuid oost kant van het Arabische schiereiland .Buurlanden zijn Verenigde Arabische Emiraten , Saoedi-Arabië en Jemen . De golf van Oman vormt ook de grens met Iran . 309500 km² groot , met een populatie van een kleine 3.000.000 inwoners .Hoofdstad Muscat , munteenheid Omaanse Rial (1 rial is ong.2 euro) ,Arabisch is de landstaal , en 82 procent is Moslim . Ter vergelijking , Vlaanderen is 13700 km² en telt ong. 7.000.000 inwoners . Oman is een land dat zijn rijkdom vooral aan olie dankt .In 1962 werd er olie gevonden in commerciële hoeveelheden .Said bin Taimur ( 1932-1970)de toenmalige heerser wilde het oliegeld vooral gebruiken voor eigen profijt .Zijn zoon echter , Qabous bin Said al Bu Said (1940-2020) was daar niet mee akkoord , en met hulp van de Britten pleegde hij een staatsgreep .Eenmaal aan de macht investeerde hij een groot deel van het geld in eigen land en bevolking , zonder te vergeten zichzelf te verrijken natuurlijk .Onder zijn bewind werden er moskeeën , musea , wegen en dammen gebouwd .De bevolking kreeg gratis onderwijs en ziekenzorg . Voorbeelden zijn de grote moskee , het nationaal museum en het nationaal theater . Ook krijgt ieder Omani , die wil bouwen gratis grond van de regering enz.enz. Erna plant de reis tot in detail op voorhand , vluchten geboekt , hotels en wagen geboekt en gereserveerd , alles is klaar om te vertrekken op 20 jan . Probleemloos met de trein naar Schiphol , waar we Tim ontmoeten . Enkele uurtjes later stijgen we op richting het redelijk onbekende . Rond 7 uur plaatselijke tijd ( in België is het dan 4 uur ’s nachts ) landen we veilig in Muscat . Na een redelijk vlotte bagageafhandeling , kopen we een Omaanse simkaart en helen het maximaal toegestane Rial(300 ) af aan een automaat . Met een taxi rijden we naar het eerste hotel van deze reis , in Muscat . We mogen de bagage achterlaten in de lobby van het hotel . We hadden gelezen dat het interessant was om de ootaxi app (Omaans uber ) te gebruiken . Tim werd aangesteld als it-er .Na installeren app is het tijd om onze eerste , taxi rit te bestellen .Alles gaat zeer vlot , en voor 2 Rial worden we naar de grote moskee in Muscat gebracht . We bezoeken de moskee direct bij aankomst omdat die enkel in de voormiddag te bezoeken is . De werken aan de Sultan Qaboors moskee begonnen in 1992 en werden voltooid rond 2015 .De officiële opening was in 2016 .De immense moskee werd gebouwd met 300.000 ton indische zandsteen .De gebedsruimte meet 74.4 op 74.4 meter , met een centrale koepel van 50 meter hoog .De 4 minaretten hebben een hoogte van 45.5 meter . Binnen is plaats voor 6500 mannelijke gelovigen , en er is ook een gebedsruimte voor 750 vrouwen .Het reusachtige tapijt heeft 1.700.000 knopen en weegt 21 ton . Het 70x60 meter grote tapijt weegt 21 ton en er werd 4 jaar aan gewerkt . In de koepel hangt een enorme , 8 ton zware kroonluchter met 1112 Swarowski kristallen lampen . Het begint redelijk warm te worden en we nemen een taxi naar de zee , waar we in het restaurant Café Farah brunchen .Met zicht op de Perzische golf genieten we volop van de Omaanse gerechten . Op het strand vinden we mooie schelpen en stukjes koraal . Het is zo warm dat we ons per taxi laten voeren naar een 4 km verder gelegen park , in de hoop er schaduwplaatsjes te vinden om te rusten . helaas , weinig bomen en nog minder schaduw .Door een verkeerde Omaanse tip maken we een nodeloze wandeling in de voor ons verzengende hitte . Gelukkig mogen we plaatsnemen in een klein prieeltje , waar een Omaanse vrouw en haar kind thee dronken . Hier maakten we voor de eerste keer de gastvrijheid van de Omanieten mee .We kregen , zonder vragen een deugddoend kopje thee . Tijd voor een korte siësta ,dachten we . Onze kamer kon echter niet op slot , en de lavabo functioneerde niet naar behoren . Ik meldde dat aan de receptie , en 5 minuten later kregen we een luxueuzere kamer aangeboden , wat een service ! . Met de taxi rijden we naar het Qurum Natural park , waar er een groot lichtspectakel plaatsvond . Ietwat te vergelijken met de feeërieke verlichting in de gavers en de grote steden bij ons .Erna en ikzelf moeten niet betalen , 70 plus , Tim betaalt 1.8 rial . We twijfelden of we wel binnen zouden gaan , maar gelukkig besloten we het toch maar te doen . Het was een indrukwekkend gebeuren met laser shows , acrobaten , orkesten muziek en dans , alles in een fancy fair achtige setting .Overal zijn er eetstalletjes van verschillende landen , waaronder Spanje , Frankrijk , Usa ….We eten iets Pakistaans en betalen een habbekrats . Na enkele uurtjes hebben we het ook wel gehad , en gaan terug naar “huis “ met de taxi . Door slaaptekort en tijdsverschil kruipen we vroeg in ons “nest” , na een lange , vermoeiende , maar ook aangename eerste vakantiedag . Na een goede nachtrust en idem dito ontbijt trekken we naar het oude stadsgedeelte van Muscat , aan de haven en de vismijn .Ons doel is de souk te verkennen . Vroeger diende de souk als hub om de waren van overzeese gebieden , zoals China , Indië en Europa , verder te distribueren in het midden oosten .De souk is een doolhof van kleine steegjes en pleintjes , waar je letterlijk van alles kunt kopen , gaande van kledij over juwelen tot specerijen . Noem het en het is te koop . We worden voortdurend aangesproken door de handelaren , die meestal uit Indië of Bangladesh komen om toch maar binnen te gaan in hun winkeltje .Aggressief zijn ze wel niet , maar toch redelijk vervelend .Aan een kraampje koot Erna een shawl in haar favoriete kleur , ik ding toch iets af van de prijs… Na een uurtje zijn we het beu , en wandelen we langs de zeedijk tot aan het nationaal museum . Het enorme museum werd ingehuldigd op 30 juli 2016 , en heeft een oppervlakte van 13.700 km² , Er zijn 14 permanente galerijen , en nog enkele voor tijdelijke tentoonstellingen .Hoewel het een mooie collectie is , en je veel kunt leren over de Omani , is dit toch niet mijn ding . Wel kijk ik vol bewondering naar een spijkerschrift tablet , en naar de vele munten . Erna is gefascineerd door de handgeknoopte tapijten… Bij het binnenkomen had ik gezien dat plus 70 jarigen gratis binnen mogen .Aan de kassa zegde ik trots , twee 70 jarigen en 1 volwassenen , waarop de bediende prompt antwoorde dat dit enkel geldig voor Omani , na nog wat over en weer gepraat zegde de jongedame , veel plezier in het museum strange man . Recht tegenover het museum ligt het megalomane , lelijke koninklijk paleis .Het doet ons denken aan Ceausescu . Met de taxi gaan we terug naar de oude stad , het werd te warm om terug te wandelen . In het “typische “ Omaanse restaurant Bait al Lubin nemen we alle drie een ander hoofdgerecht , en kunnen zo van verschillende streekgerechten proeven .Het ene al beter dan het andere .Voor 3x voorgerecht ; 3x hoofdgerecht en 2x dessert , plus water , betalen we 45 Rial ; ong.90 euro . Na een nacht vol straatlawaai , is het tijd om uit te chequen en de auto af te halen in de luchthaven . We hadden gereserveerd om 11 uur , en we kregen de wagen dan ook geen minuut eerder .De enorm norse , onvriendelijke balie medewerkster behandelde ons als , ja als wat… De bediende aan het afhaalpunt echter was zeer beleefd en behulpzaam .Geduldig legde hij ongeveer alles uit .Uitermate nerveus vertrokken we richting Sur .Het begon al goed , we kregen de slagboom niet omhoog , en moesten al hulp inroepen via een praatpaal . Gelukkig wist Tim hoe hij zijn telefoon kon koppelen met de auto , en zijn google map instellen als gps. Rond Sur doen we een eerste halte om er een wandeling te maken in een wadi .We vinden nog een parkeerplaatsje in de schaduw van de brug , het was er zeer druk . Eerst met een klein bootje de rivier oversteken , en dan een 45 minuten gemakkelijke wandeling in de kloof .Werkelijk spectaculair , we zien ook de Egyptische gier en een valk .Het was mogelijk ,te zwemmen in de verschillende poelen in de wadi . We vervolgen weg 17 door het drukke , uitgestrekte Sur , en komen rond 18 uur aan op ons volgend verblijf .We worden zeer vriendelijk ontvangen in het guesthouse Turtle Guest House in Ras al Jinz. Gelukkig hadden we avondeten bij geboekt , want er was daar niets buiten het hotel en het natuurcentrum .We krijgen een ruime driepersoons kamer , en kunnen avondmalen met een Indische familie .Zelfs lekkere frietjes stonden op het menu .Erna en Tim schreven in om mee te gaan naar een schildpaddenwandeling in het natuurcentrum , ik paste omdat ik te moe was van die stresserende eerste autodag . Te voet trokken de twee naar het 500 meter verder gelegen centrum , maar kwamen direct terug .Te veel volk om naar enkele schildpadden te kijken . Ze hadden gelijk , de Indiërs vertelden dat ze amper 1 schildpadje gezien hadden . Na een goed ontbijt wandelen we naar het schildpadden reservaat .We betalen 2 rial ingang en wandelen op het strand waar we verschillende schildpadden sporen en eierschalen vonden .In 1996 werd er 120 km² ingericht als reservaat , om de naar schatting 20.000 groen zeeschildpadden te beschermen .Het reservaat omvat 2 lagunes ( Knaus al Hazar en Khaur Jamara ) .Er zijn ook talloze archeologische vindplaatsen in het gebied , waaronder zo’n 350 graven . Na uitschrijven op naar de volgende bestemming , een tentenkamp in de zandwoestijn .Onderweg houden we tussenstop in de Wadi Bani Khalio oase , een mooie bergrit ernaar toe , in de oase is er mogelijkheid tot zwemmen , overal staan er kleine tentjes om te verkleden .Jammer genoeg is dit schitterende natuurfenomeen een drukke toeristische bedoening geworden , aangelegde betonnen paadjes , eethuisjes , kortom goed om het eens te zien en er dan zo rap mogelijk weer vandaan . Onderweg naar de zandwoestijn tanken we voor de eerste maal .Benzine is 0.239 per liter , ongeveer een halve euro dus . Via een lange autostrade rit , gevolgd door een korte woestijnpiste met geribbeld hard zand , komen we aan op het tentenkamp . We slapen in een grote tent , wel voorzien van alle comfort die we nodig hebben .We boeken een jeep rit om de zonsondergang in de woestijn mee te maken .We doen aan “duinsurfen” met de jeep , natuurlijk doet de chauffeur er nog een schepje bovenop , maar we genieten er toch wel van .De okerrode zandduinen zijn tot wel 200 meter hoog . Onze chauffeur Mohammed toont ons hoe de Omanieten koffie zetten , met koffie uit een ander land , en vertelt over zijn leven en over de gewoontes en zeden van de streek . ‘s Avonds is er , zoals gewoonlijk in de hotels , buffet avondmaal .Weer een nieuwe ervaring rijker . Na een goed ontbijt vertrekken we voor een lange autorit naar de hangende terrassen in Al’Aqar . Onderweg moeten we langs een steile weg , waar 4x4 aangewezen is .Op een bepaalde plaats staat er politie om identiteit van de passanten op te nemen , en om te controleren of je wel degelijk 4x4 hebt. Onderweg houden we verschillende keer halt om van het landschap te genieten , en om een sanitaire stop te houden in een moskeetje ergens halfweg de route . Rond 14 uur zijn we in ons hotel Al Jabal Al Akhd hotel .We worden verwelkomd met de obligate thee en dadels .Korte wandeling in het gehuchtje , en naar het terras om de zonsondergang te zien . Ongelukkiger wijze waren er veel wolken , en viel het zonnespektakel ietwat tegen .Terug avondmaal in buffet vorm .De hangende terrassen zijn wereld erfgoed van Unesco .Hun irrigatie kanalen, de Falaj , worden tot op heden nog gebruikt , om de terrasjes te bevloeien .Men kweekt er verschillende groenten , en ook is er plaats voor dadel , appelsien en citrus bomen . Na het ontbijt doen we een goed aangeduide rood-geel wandeling door 2 dorpjes , die zeer armoedig lijken .Tot voor kort was er zelfs geen elektriciteit .Onderweg zien we durvers een via ferrata doen op de steile klippen . Tegen de middag terug aan hotel .Na een uurtje rust doen we nog een wandeling naar een rotsplateau , van waar je een mooi uitzicht hebt over de terrassen .De rotsen zijn rijk aan fossielen , ik kan er een kleine inktvis vinden , helaas in een te grote steen om mee te nemen . Erna en Tim gaan nog naar een uitkijkpunt waar wijlen prinses Diana nog gestaan heeft , ik ga naar het terras om te rusten , moe van het vele autorijden de laatste dagen . Ons volgend doel is de fameuze balcony walk in de Omaanse versie van de Grand Canyon . Eerst rijden we naar Fort Bahla , een van de hoogtepunten in Oman .Het fort werd gebouwd in de 12de tot 15de eeuw en diende ter verdediging van de nabijgelegen oase .Wij wandelen rond het enorme lemen kasteel , omdat we gelezen hadden dat er binnen de muren bitter weinig te zien was .Nu nog zijn er resten te zien van de 13 km lange stadsmuur .Het fort is ook Unesco Werelderfgoed . Via een zeer , maar dan ook zeer slechte aardeweg , door wegenwerkzaamheden , en op 4x4 kracht komen we aan op het beginpunt van de canyon wandeling .Deze ligt in het Hadjar gebergte , en heeft als hoogste top de Jebel Shans van 3000 meter . We doen een 45 minuten wandeling tot aan een tweede uitkijkpunt , en genieten van dit indrukwekkende natuurfenomeen .Het is een gemakkelijke wandeling op een pad langs de rotswand van Wadi Gull , op 2000 meter boven de zeespiegel .Op de terugweg zien we de witte Egyptische gieren van zo dichtbij dat we duidelijk de kale kop kunnen zien . Weeral was er redelijk veel volk op deze toeristische pleisterplek . Met een beetje “angst” vatten we de terugtocht aan , schrik dat er iets zou gebeuren met de huurauto , maar alles verliep redelijk vlot , de weg was namelijk geen verrassing meer zoals in het omhoog rijden . Na nog een uurtje op goede wegen komen we aan in Mizfah al Abriyeen , waar ons hotel , het Mizfah Hospital Inn is . We krijgen een mooie kamer , met balkon en zicht op de bergen en op de kasteelruïne van Rohan Castle .Mizfah ligt in een oase met veel palmbomen en wadi’s en is omgeven door redelijk hoge bergen . We moeten de wagen op enkele honderd meter van het hotel zetten , omdat het haast onmogelijk is het dorpje binnen te rijden , zeer nauwe straatjes , steil en druk ,druk druk . Avondmaal in buffetvorm , met zoals altijd keuze uit verschillende streekgerechten . Ook ontbijt idem dito .Na een copieus ontbijt doen we een schitterende wandeling naar een bron van de wadi , en vervolgen de tocht nog een uurtje verder diep de canyon in . Weerom petje af voor de natuurpracht . Na een korte siësta , doen we nog een wandelingetje tussen de palmbomen en de falaj . In de vooravond gaan we mee op een geleid bezoek in het museum van de eigenaar van het hotel .Zeer interessant om te zien en te begrijpen hoe de Omani vroeger leefden , en hoe alles evolueerde tot de huidige moderne toestand .Ik word er nog in de traditionele kledij gezet ,een wit dishdasha kleed met geparfumeerde kwast , en een massar sjaal op mijn hoofd , alles afgewerkt met een geweer . Eentje voor het nageslacht dus .Een ander traditioneel hoedje in Oman is een kumma , mutsje met verschillende patronen en kleuren .Dit laatste is een zeer gegeerd souvenir voor velen . Onderweg naar Nizwa bezoeken we eerst het Jabreen kasteel .Onze gids neemt ons mee door dit mooie kasteel , dat slechts eenmaal bewoond werd door de bouwer in 1692 . Imam Bil’Arab bin , was sultan van de Yaruba dynastie , hij regeerde over de streek , woonde er in zijn kasteel en werd er ook begraven . Vooral opvallend zijn de vele beschilderde originele plafonds , de rechtszaal , de lage kerkers voor mannen , de ietwat hogere cellen voor vrouwen .Er was zelfs een speciale kamer voor zijn paard ! De sultan had slechts een vrouw .In de rechtszaal was er een verborgen plaats waar de soldaten verbleven , zodat ze ten allen tijde konden ingrijpen moest het nodig zijn . Indrukwekkend zicht over de streek van op het vlaggenmast platform . Ook interessant om te zien was het ingenieuze verluchtings systeem , zodat er constant een aangename temperatuur heerste in het slot . Wij waren redelijk vroeg aan het kasteel , en konden in alle rust genieten van de rondleiding , toen we terug naar de auto gingen , stond de parking reeds vol met bussen en wagens . Stilaan werd het tijd om naar Nizwa te rijden , waar we veel verwachten van het stadsbezoek , de geitenmarkt en de souk . Onderweg naar Nizwa doen we de wagen kuisen in een handcarwash , en dit voor 1.5 rial , 3 euro . Na het inchecken, hotel Al Diyar, in de kamer eten we in het hotelrestaurant en nemen we een korte break . Met de taxi naar het oude centrum , waar we kuieren in de souk .De mensen zijn heel vriendelijk en helemaal niet opdringerig .We kopen er enkele souvenirs en specerijen , en doen een wandeling op de oude vestingmuren . We eten in het restaurant van hotel Old Town , op een terras met uitzicht over Nizwa .Ik eet er voor de eerste maal op deze reis dromedaris , lekker maar daarmee is ook alles gezegd .We betalen omgerekend 26 euro voor 3 hoofdschotels en water .Terug naar hotel met de ootaxi . Om 6.30 staan we op , ontbijten en gaan met de taxi terug naar Nizwa om de fameuze geiten en dierenmarkt te zien . Deze dierenmarkt is nu een ware toeristen attractie geworden , toch zie je hoe de handelaren rondlopen met hun geiten , en hoe er luidruchtig onderhandeld worden .Het is een kleurrijk spektakel, interessant is te zien hoe de verschillende stammen andere kledij hebben . Tegen de middag checken we uit en gaan terug naar Muscat voor onze laatste avond in Oman . We hebben geboekt in een zeer goed hotel , Studio M , langs een drukke weg .In het restaurant eten we zelfs eens frietjes!! Na een korte rust nemen we een taxi naar het operagebouw waar we een concert zullen bijwonen . Gelukkig gingen we vroeg genoeg op pad , want onze taxichauffeur vergiste zich van weg , reed achteruit op een autostrade , lapte verkeersregels aan zijn laars , gebruikte pechstroken om abrupt in te voegen , en zette ons niet aan de juiste ingang af ; we slaken een diepe zucht toen we konden uitstappen . Het operagebouw zelf was een gebouw in alle grandeur en luxe , rijkdom van de Omanieten spat er van af .Pech voor ons dat we op een vrijdag het gebouw bezoeken , want de bib en de tentoonstellingen waren niet open (vrijdaggebed) . Zo mooi het gebouw was , zo abominabel was de opvoering .Eerst een pianoconcert van Liszt , door de naar het schijnt wereldberoemde pianiste Helène Mercier samen met een andere pianist .Het was eerder een kakofonie dan een aangenaam hoorspel .Helène sloeg verschillende malen de verkeerde toets aan , de andere pianist had moeite met zijn partituren op de i pad , en speelde als een bezetene , en toen moest het koor nog de negende van Beethoven zingen .Voor ons een complete ramp , veel te vlug tempo , koor en pianisten niet op dezelfde golflengte , sopraan te overheersen , kortom een verkrachting van Beethovens werk. Gelukkig was de terugrit naar het hotel van een andere orde , zoals een taxirit moest zijn . Na een uitgebreid ontbijt , maken we de koffers klaar en trekken ruim op tijd naar de luchthaven .Natuurlijk nemen we een verkeerde ingang en moeten nog een toertje doen rond de luchthaven , voor we de juiste plaats van inleveren vonden .Nu was er wel een beetje spanning , was de wagen in orde , hadden we een verkeersboete gekregen tijdens ons verblijf….. Gelukkig bleek alles tip top te zijn en konden we ons installeren voor enkele uren in de luchthaven . Tim had gevonden hoe we met zelf scan konden inchecken en onze bagage konden afgeven . Zonder problemen door de douanecontrole , en nog enkele uren wachten op de vlucht . Alles perfect op tijd ,op Schiphol uurtje wachten op de trein naar Antwerpen . Terug beetje stress , want de trein werd aangekondigd met enkele minuten vertraging , en we hadden maar 10min in Antwerpen om de trein naar Kortrijk te nemen . Gelukkig hadden we tijd genoeg , en als kers op de taart moesten we via Deinze en Lichterverlde sporen om rond 12.40 aan te komen in Kortrijk . De trein is altijd een beetje reizen . Als besluit kunnen we zeggen dat Oman een ideaal vakantieland is om onze winter even te ontvluchten . Zeer gemakkelijk bereisbaar land , vriendelijke mensen , eens je er bent niet zo duur aangename temperaturen en enorm mooie landschappen , alleen de cultuur die we kennen in het westen ontbrak een beetje , waarschijnlijk omdat we het niet kenden . Mooie 10 daagse gehad Erna had alles tot in de puntjes geregeld Tim deed het fantastisch als IT’er Ik was chauffeur .